Er deed in een letselschadezaak bij Schut|Oosting Letselschade zich het volgende voor. Een moeder was met haar 8-jarige dochter aan het fietsen. De moeder duwde daarbij de dochter. Op zeker moment haalde de dochter haar hand van het stuur. Hierdoor ging het stuur van de dochter iets te ver naar links, waardoor het stuur van de dochter onder het stuur van de moeder raakte.

De moeder probeerde te voorkomen dat haar dochter viel, maar kwam daardoor zelf met haar hoofd op de straat, met letsel tot gevolg.

Voor het letsel dat zij had opgelopen, sprak de moeder haar eigen aansprakelijkheidsverzekering aan. Ze sprak deze aan om de volgende reden. In de wet is namelijk bepaald dat personen met het ouderlijk gezag kort gezegd aansprakelijk zijn voor schade die is ontstaan door een actieve “onrechtmatige” gedraging van een kind beneden de 14 jaar.

De verzekeraar van het gezin volgde deze aanspraak van de moeder niet, allereerst omdat het gedrag van de dochter niet onrechtmatig was. Daarnaast vond de verzekeraar dat de moeder geen “derde” was. Wel bood de verzekeraar, zonder de aansprakelijkheid te erkennen, een compensatie aan.

Daarom diende Schut|Oosting Letselschade namens de moeder een klacht in bij het klachteninstituut KiFiD (Klachteninstituut Financiële Dienstverlening), voor beoordeling van dit geschil tussen de moeder en de verzekeraar.

Het KiFiD bepaalde dat het inderdaad toch onrechtmatig was dat de dochter de hand van het stuur haalde. De personen met het ouderlijk gezag zijn daarvoor aansprakelijk. Wel zei het KiFiD dat het feit dat de moeder haar dochter duwde wel “risicoscheppend” was.

Deze uitspraak van het KiFiD is zeer van belang voor ongelukken die plaatsvinden tussen gezinsleden onderling: feitelijk is met deze uitspraak bepaald dat de gezinsaansprakelijkheidsverzekeraar ook schade moet vergoeden wanneer een kind door onrechtmatig handelen schade toebrengt aan een ouder.