In de achterliggende jaren is er tussen aansprakelijkheidsverzekeraars en belangenbehartigers van slachtoffers veelvuldig en langdurig discussie geweest over het berekenen van schadeposten die in de toekomst terug blijven keren. Bij afwikkeling moet namelijk bepaald worden welk bedrag het slachtoffer nodig heeft om uit te kunnen putten zodat zij/hij deze kosten kan blijven betalen.

Daarbij is het een feit van algemene bekendheid dat van een slachtoffer niet verwacht mag worden de schadevergoeding risicovol te beleggen met een hoog rendement – en dus een lagere vergoeding voor toekomstige schade – tot gevolg.

Welke rendementen mogen worden gehanteerd als uitgegaan wordt van een risico mijdende belegging van de schadevergoeding is op 8 juli 2019 door de Rechtbank Zeeland West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2019:3178) helder uiteen gezet.