De eenmalige coulanceregeling voor werknemers c.q. slachtoffers die door het verrichten van arbeid lijden aan de aandoening ‘chronic solvent-induced encephalopathy’ (CSE), ook wel CTE (chronische toxische encefalopathie) is officieel bekend Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE’

De betreffende aandoening wordt veroorzaakt door blootstelling aan oplosmiddelen (OPS). In  de volksmond beter bekend als schilders-ziekte.[1]

De hoogte van de financiële tegemoetkoming is vastgesteld op € 21.269. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de indexering van het wettelijk minimumloon.

Indien de werknemer reeds bedragen van de werkgever heeft ontvangen in verband met de aandoening, wordt dit op de tegemoetkoming in mindering gebracht.

Ook kan er een terugbetalingsverplichting ontstaan jegens de SVB indien de werknemer na ontvangst van de tegemoetkoming alsnog een betaling van de werkgever ontvangt.

Een en ander volgt uit het feit dat de overheid met deze regeling niet de aansprakelijkheid van de werkgever overneemt, zij zal dan ook waar mogelijk de schade proberen te verhalen op de rechtsvoorganger van de (voormalige) werkgever.

De coulanceregeling vindt men terug in de ‘Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE’.[2] De CSE-regeling is reeds op 1 maart 2020 in werking getreden waarna de SVB werd belast met de uitvoering van deze regeling. Het aanvraagformulier van de SVB is beschikbaar middels het OPS-loket.

In feite is er eenzelfde benadering gekozen als bij de Asbestregeling voor werknemers dan wel nabestaanden van werknemers die maligne mesothelioom of asbestose op hebben gelopen doordat zij bij hun werk zijn blootgesteld aan asbest(houdende materialen). Ook daar is de SVB belast met de uitvoering van deze compensatieregeling

Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming geldt een aantal voorwaarden: de werknemer dient te zijn blootgesteld aan oplosmiddelen; er is beschikking over een diagnose van een ‘solvent-team’ of een ander medisch specialist; de werknemer heeft nog geen vergoeding van de werkgever ontvangen, dan wel een vergoeding lager dan  € 21.269.

Voorzover de diagnose is gesteld door een ‘ander medisch specialist’, wordt na de aanvraag nogmaals beoordeeld of deze voldoet aan de daarvoor geldende criteria. Daarnaast dient de arbeid in Nederland te zijn verricht en dient er sprake te zijn van een arbeidsovereenkomst of een publiekrechtelijke aanstelling. De regeling is derhalve niet opengesteld voor zelfstandigen.

[1] Staatscourant 2020 nr. 9824 (20 februari 2020).

[2] Wetten.overheid.nl/BWBR0043193/2020-03-01